Eten en spreken met een nieuwe prothese vraagt oefening. De tanden staan mogelijk iets anders dan u gewend was en uw tong, lippen, wangen en kauwspieren moeten de nieuwe vorm leren gebruiken. Begin rustig en vergelijk uw eerste dagen niet met iemand anders: iedere mond en iedere prothese is anders.
De belangrijkste basis: maak kleine stukjes, kauw langzaam en zo gelijkmatig mogelijk aan beide kanten. Oefen het spreken dagelijks hardop. Wordt een klacht niet geleidelijk minder, dan kunnen wij controleren of de pasvorm, beet of tandstand moet worden aangepast.
Eten: bouw het stap voor stap op
U hoeft niet meteen alles te kunnen eten. Kies eerst voedsel waarmee u de beweging en druk goed kunt controleren. Ga pas naar de volgende stap wanneer de vorige prettig en veilig voelt.
Stap 1 – zacht en gemakkelijk te verdelen
- yoghurt, kwark en pap;
- soep zonder harde stukken;
- aardappelpuree en goed gaar gekookte groente;
- roerei, omelet en zachte vis;
- gehakt, ragout of zeer mals fijngesneden vlees;
- zacht fruit, appelmoes of banaan;
- zachte pasta of rijst met voldoende saus.
Stap 2 – iets meer structuur
- zacht brood zonder harde korst, in kleine stukjes;
- aardappelen en stevigere groente die goed gaar zijn;
- malse kip, vis of vlees in kleine stukjes;
- geschild fruit dat niet te hard is;
- zachte kaas en goed gare peulvruchten.
Stap 3 – geleidelijk terug naar gewone voeding
Wanneer kauwen stabieler gaat, kunt u steviger voedsel voorzichtig proberen. Snijd een appel, wortel, harde korst of stuk vlees eerst klein in plaats van er met de voortanden een groot stuk af te bijten. Test één nieuw product tegelijk. Zo merkt u goed welke structuur nog lastig is.
Een overgang kan enkele dagen duren, maar ook langer. Een direct geplaatst kunstgebit, wondgenezing, een droge mond of een beweeglijke onderprothese kan de opbouw vertragen.
De juiste kauwtechniek
- Zit rechtop en neem de tijd voor de maaltijd.
- Neem kleine happen. Grote happen vragen meer kracht en laten de prothese gemakkelijker kantelen.
- Verdeel het voedsel. Kauw rustig links en rechts, bij voorkeur zo gelijkmatig mogelijk.
- Gebruik vooral de kiezen. Grote stukken afbijten met de voortanden kan een volledig kunstgebit losdrukken.
- Sluit de kiezen beheerst. Hard op elkaar bijten helpt niet en kan drukplekken veroorzaken.
- Slik pas wanneer het voedsel fijn genoeg is. Neem zo nodig tussendoor een kleine slok water.
Het doel is niet maximale kracht, maar een rustig ritme. Uw tong helpt het voedsel naar de kauwvlakken te brengen en leert tegelijk de prothese te stabiliseren.
Wat kunt u in het begin beter vermijden?
Wees tijdelijk voorzichtig met:
- zeer harde korsten, harde noten en harde rauwe groente;
- taai vlees of voedsel met lange draden;
- kleverige toffee, kauwgom en zeer plakkerig broodbeleg;
- kleine harde pitjes of zaadjes die onder de prothese kunnen komen;
- zeer heet eten wanneer u temperatuur minder goed voelt;
- grote stukken die u met de voortanden moet afscheuren.
Dit betekent niet dat deze producten voor altijd onmogelijk zijn. Probeer ze later opnieuw wanneer uw mond beter gewend is en de prothese stabiel zit.
Voedsel komt onder de prothese
Onder een uitneembare prothese kan soms voedsel terechtkomen. Dit gebeurt makkelijker bij een prothese die nog nieuw is, bij een veranderde kaak of bij een plaatprothese die op het slijmvlies rust.
- spoel de mond en prothese na de maaltijd;
- reinig de prothese voordat u haar terugplaatst;
- gebruik geen scherpe voorwerpen om voedsel weg te halen;
- laat de pasvorm controleren wanneer er steeds veel voedsel onder dezelfde rand komt.
Op de pagina Schoonmaken en bewaren staat de volledige reinigingsinstructie per type prothese.
Eten met een volledige boven- en onderprothese
De bovenprothese heeft vaak meer zuigwerking door het grotere oppervlak van het gehemelte. De onderprothese heeft minder steunruimte en wordt beïnvloed door tong, wangen en mondbodem. Daardoor kan vooral de onderprothese tijdens het eten bewegen.
Begin met kleine hoeveelheden aan beide kanten en probeer de onderprothese niet steeds met de tong te controleren. Gelijkmatige druk is belangrijker dan hard bijten. Blijft de prothese klapperen, kantelen of pijnlijk schuiven, dan beoordelen we de pasvorm en de beet.
Eten met een plaat- of frameprothese
Een gedeeltelijke prothese werkt samen met uw eigen tanden en kiezen. Kauwen kan daarom eerst anders aanvoelen en voedsel kan rond haakjes of onder de plaat terechtkomen. Verdeel de kauwkracht en voorkom dat u uit voorzichtigheid voortdurend aan slechts één kant eet.
Pijn aan een tand waarop het frame steunt, een haakje dat loskomt of een prothese die na het eten niet meer volledig op haar plaats past, moet worden gecontroleerd. Bijt een plaat of frame nooit met kracht vast.
Eten met een klikgebit
Een klikgebit biedt doorgaans meer houvast, maar de mondspieren en beet moeten nog steeds wennen. Controleer vóór het eten of de prothese aan beide kanten goed is vastgeklikt. Forceer haar niet als dit niet lukt.
Voelt één drukknop anders, komt de prothese tijdens het eten los of ontstaat pijn rond een implantaat of steg? Neem contact op. Slijtage van bevestigingsonderdelen kan invloed hebben op de retentie.
Na het trekken van tanden of plaatsen van implantaten
Na een ingreep kunnen zwelling, wondgenezing en tijdelijke gevoeligheid het eten beïnvloeden. Volg de persoonlijke voedings- en draaginstructies van de behandelaar die de ingreep heeft uitgevoerd. Kies zolang nodig voor zacht voedsel en belast een tijdelijke prothese of recent behandeld implantaatgebied niet zwaarder dan is geadviseerd.
Voldoende blijven eten en drinken
Door kauwproblemen kunnen mensen ongemerkt minder gaan eten. Kies daarom zachte producten die wel voldoende voedingsstoffen bevatten, zoals zuivel, ei, vis, peulvruchten, zachte groente en goed bereide vlees- of plantaardige vervangers. Alleen vla, soep of appelmoes geeft op langere termijn meestal te weinig variatie.
Valt u onbedoeld af, slaat u regelmatig maaltijden over of lukt het niet om voldoende te eten? Bespreek dit met uw huisarts of diëtist en laat ons de prothese controleren. Kauwproblemen kunnen bijdragen aan ondervoeding, vooral bij kwetsbare ouderen.
Spreken: waarom klinkt het anders?
Voor klanken gebruikt uw tong vaste contactpunten tegen de tanden en het gehemelte. Met een nieuwe prothese kunnen die punten iets veranderd zijn. Ook de ruimte in de mond en de positie van de voortanden beïnvloeden de klank. Daardoor kunt u tijdelijk slissen, fluiten of het gevoel hebben dat u met een volle mond spreekt.
Meestal passen tong en spieren zich door herhaling aan. Rustig en vaak oefenen werkt beter dan één lange oefensessie.
Dagelijkse spreekoefeningen
- Lees vijf tot tien minuten hardop. Kies een krant, boek of brief die u prettig vindt.
- Begin langzaam. Spreek woorden duidelijk uit en verhoog pas later het tempo.
- Herhaal lastige klanken. Oefen woorden met bijvoorbeeld s, z, f, v, t, d, k en g.
- Tel hardop. Tel van één tot twintig en daarna terug.
- Oefen voor een spiegel. Zo ziet u of u lippen en kaak onnodig gespannen houdt.
- Neem uzelf kort op. Vaak klinkt de uitspraak voor een ander al natuurlijker dan zij in uw eigen hoofd voelt.
- Praat in een rustige omgeving. Begin met iemand bij wie u zich op uw gemak voelt.
Een korte droge mond tijdens lang praten kan de prothese minder stabiel laten voelen. Neem regelmatig een slok water en bespreek aanhoudende monddroogheid met ons.
Wat kan een bepaalde klacht betekenen?
Slissen of fluiten
De tong zoekt nog naar de juiste plaats bij de voortanden en het gehemelte. Oefen langzaam met s- en z-klanken. Blijft het probleem aanwezig, dan kunnen wij de ruimte voor de tong en de positie van de tanden beoordelen.
De tanden tikken tijdens het praten
Dit kan ontstaan doordat u de kaak nog gespannen houdt of doordat u de beet moet leren doseren. Probeer rustiger te spreken en de kaken niet op elkaar te klemmen. Een aanhoudende tik kan aanleiding zijn om de beet te controleren.
De prothese komt los tijdens spreken of lachen
Uw spieren moeten de prothese mogelijk nog leren stabiliseren. Komt zij steeds op dezelfde manier los of wordt het niet beter, laat dan de randlengte, pasvorm en beet beoordelen.
Kokhalzen tijdens spreken
Adem rustig door de neus en neem korte oefenmomenten. Blijft u kokhalzen of kunt u de prothese daardoor niet dragen, neem dan contact op. Vijl nooit zelf aan de achterrand.
Wanneer moet u contact opnemen?
- eten blijft na oefening nauwelijks mogelijk;
- u verslikt zich herhaaldelijk of voedsel blijft steken;
- u valt onbedoeld af;
- de prothese kantelt, klappert of komt steeds los;
- er ontstaan wondjes of pijn bij kauwen of spreken;
- een eigen tand, haakje, implantaat of bevestiging voelt pijnlijk of los;
- de uitspraak blijft duidelijk beperkt of verslechtert;
- de prothese breekt, scheurt of een tand losraakt.
Bij herhaald verslikken of echte slikproblemen is ook beoordeling door de huisarts belangrijk. Via afspraak en contact kunt u de prothese door ons laten controleren.
Veelgestelde vragen
Wanneer kan ik weer normaal eten?
Dat verschilt per persoon en behandeling. Breid voeding uit zodra zacht voedsel zonder noemenswaardige pijn of instabiliteit gaat. Na extracties of implantaatbehandeling volgt u het persoonlijke advies van uw behandelaar.
Moet ik links en rechts tegelijk kauwen?
Zo gelijkmatig mogelijk kauwen aan beide kanten helpt vooral een volledig kunstgebit stabiel te houden. Het hoeft niet perfect gelijktijdig, maar voorkom dat u langdurig uitsluitend aan één kant kauwt.
Mag ik met de voortanden afbijten?
Kleine, zachte stukjes kunnen later vaak wel. Grote of harde stukken drukken een volledige prothese sneller los. Snijd deze daarom eerst klein en gebruik de kiezen om rustig te kauwen.
Hoe lang blijft mijn spraak anders?
Vaak merkt u binnen enkele dagen verbetering, maar volledige gewenning kan langer duren. Dagelijks hardop lezen helpt. Blijvende problemen laten we graag controleren.
Bronnen en verdere informatie
Deze pagina is gebaseerd op officiële patiënteninformatie en aangevuld met onze praktische instructies:
- Ivoren Kruis – een nieuw kunstgebit
- Ivoren Kruis – van eigen gebit naar kunstgebit
- Ivoren Kruis – overkappingsprothese en klikgebit
- KNMT – kunstgebit (uitneembare prothese)
- Voedingscentrum – ouderen, kauwproblemen en voeding
Algemene informatie vervangt geen persoonlijk behandeladvies. Uw mondsituatie, type prothese en eventuele wondgenezing bepalen welke opbouw voor u geschikt is.