Een nieuw kunstgebit kan in het begin groot, strak of vreemd aanvoelen. Uw lippen, wangen, tong, kauwspieren en spraak moeten samen opnieuw leren omgaan met de prothese. Dat kost tijd. De meeste ongemakken nemen stap voor stap af, maar de duur verschilt per persoon en per type prothese.
Belangrijk om te weten: wennen betekent niet dat u langdurig met pijn moet blijven lopen. Een drukplek of een rand die irriteert kan vaak met een kleine correctie worden verholpen. Neem bij twijfel gerust contact met ons op.
Wat kunt u in het begin merken?
- een volle mond of het gevoel dat de prothese erg groot is;
- meer speeksel dan normaal, of juist een droge mond;
- anders klinkende letters, slissen of minder duidelijk spreken;
- moeite met afbijten en kauwen;
- beweging van vooral de onderprothese;
- gevoelige plekken of drukplekken;
- vermoeide kaakspieren;
- een veranderde smaak- of temperatuurbeleving;
- een ander uiterlijk van lippen, mond en gezicht.
Deze veranderingen zijn niet vreemd. Uw hersenen en mondspieren moeten de nieuwe vorm leren herkennen en aansturen. Verwacht daarom niet dat alles op de eerste dag al hetzelfde voelt als met uw eigen tanden of uw oude prothese.
Een globaal tijdspad
De eerste dagen
De prothese is nog heel aanwezig. Praten en eten kunnen onwennig zijn en gevoelige plekken kunnen ontstaan. Begin rustig, draag de prothese volgens onze persoonlijke instructies en noteer waar u last heeft. Zeker bij een eerste of direct geplaatst kunstgebit kunnen wondgenezing en zwelling invloed hebben op de pasvorm.
De eerste weken
Uw tong en kauwspieren leren de prothese beter op haar plaats te houden. Spreken gaat meestal steeds natuurlijker en u kunt uw voeding geleidelijk uitbreiden. Soms zijn één of meer kleine correcties nodig. Dat hoort bij de nazorg en betekent niet dat de prothese verkeerd gemaakt is.
De maanden daarna
Het gevoel wordt doorgaans vertrouwder. Na het trekken van tanden en kiezen veranderen de kaken in de eerste maanden nog duidelijk van vorm. Een immediaat- of noodprothese kan daardoor losser gaan zitten en later moeten worden aangepast of opgevuld. Bij een definitieve prothese blijven periodieke controles belangrijk, omdat kaak en slijmvlies ook daarna langzaam kunnen veranderen.
Dit tijdspad is een algemene indruk en geen harde termijn. Uw mondsituatie, gezondheid, spierfunctie, speeksel, eerdere ervaring en type prothese bepalen hoe snel de gewenning verloopt.
Leren eten met een kunstgebit
Kauwen met een prothese werkt anders dan met natuurlijke tanden. Geef uzelf de tijd om een nieuwe techniek aan te leren.
- Begin met zacht voedsel. Denk aan aardappelpuree, zachte groente, pasta, vis, ei, gehakt, yoghurt en zacht fruit.
- Maak kleine stukjes. Snijd het eten vooraf; probeer in het begin niet met de voortanden een groot stuk af te bijten.
- Kauw rustig aan beide kanten. Verdeel kleine hoeveelheden voedsel links en rechts. Dat helpt de prothese stabieler te houden.
- Bouw langzaam op. Voeg pas steviger voedsel toe wanneer zachter voedsel goed gaat.
- Neem de tijd. Snel eten of grote happen maken geeft eerder beweging of druk.
Wees in het begin voorzichtig met zeer hard, taai of kleverig voedsel, zoals harde korsten, noten, taai vlees en kleverige snoepsoorten. Een klikgebit geeft vaak meer houvast, maar ook daarmee moet de kauwtechniek wennen.
Duidelijker leren spreken
De tong raakt bij het spreken de tanden, het gehemelte en de prothese. Een kleine verandering in vorm kan daarom tijdelijk invloed hebben op bepaalde klanken. Dit wordt meestal snel beter.
- lees iedere dag vijf tot tien minuten hardop;
- spreek iets langzamer en maak woorden bewust af;
- oefen woorden met klanken die lastig zijn, bijvoorbeeld de s, f, t en d;
- zing mee met muziek of vertel hardop wat u aan het doen bent;
- neem een korte pauze wanneer de kaakspieren vermoeid raken.
Blijft spreken na een redelijke gewenningsperiode moeilijk of hoort u voortdurend een tik bij het praten? Laat ons dan de stand van de tanden, beet en ruimte voor de tong controleren.
Meer speeksel, droge mond of kokhalzen
De mond kan een nieuwe prothese eerst als een vreemd voorwerp ervaren en tijdelijk meer speeksel maken. Slik rustig en regelmatig; meestal wordt dit vanzelf minder. Bij een droge mond kan een prothese juist minder goed blijven zitten en kan het slijmvlies sneller geïrriteerd raken. Bespreek aanhoudende monddroogheid met ons, zeker wanneer u medicijnen gebruikt.
Kokhalzen kan ontstaan doordat de mond nog moet wennen, door spanning of doordat een rand te ver doorloopt. Probeer rustig door de neus te ademen en leid uw aandacht af. Blijft de klacht bestaan of kunt u de prothese hierdoor niet dragen, neem dan contact op. Ga niet zelf aan de achterrand vijlen.
Drukplekken en pijn
Een lichte druk of spiervermoeidheid kan tijdens het wennen voorkomen. Scherpe pijn, een wondje of een plek die steeds erger wordt, hoeft u niet te accepteren. Wij kunnen meestal zien waar de prothese te veel drukt en deze heel gericht corrigeren.
- vijl, schuur, buig of slijp nooit zelf aan de prothese;
- leg geen watjes, doekjes of zelf aangebrachte voering onder het kunstgebit;
- gebruik een oude prothese niet afwisselend zonder dit met ons te bespreken;
- draag de prothese zo mogelijk weer enige tijd vóór de controle, zodat de drukplek zichtbaar is.
Kunt u door de pijn niet eten of slapen, ontstaat er een flinke zwelling, blijft een wond bloeden of voelt u zich ziek? Neem dan dezelfde dag contact op met de praktijk of de behandelaar die de ingreep heeft uitgevoerd.
Een eerste of direct geplaatst kunstgebit
Wanneer tanden en kiezen zijn getrokken en de prothese direct is geplaatst, werkt deze in het begin ook als bescherming van de wonden. De eerste draag-, schoonmaak- en nachtelijke instructies kunnen daarom afwijken van het algemene advies. Haal een direct geplaatst kunstgebit niet zomaar uit de mond wanneer met u is afgesproken dat het moet blijven zitten.
Na het trekken veranderen kaak en tandvlees snel. De prothese verandert niet mee en kan daardoor na verloop van tijd losser worden. Tijdelijke aanpassingen, een zachte laag of later een duurzamere opvulling kunnen nodig zijn. Wij begeleiden u bij iedere stap en beoordelen wanneer de mond voldoende is genezen.
Plaat- of frameprothese
Een gedeeltelijke prothese kan in het begin druk geven op het tandvlees of op tanden en kiezen waaraan zij steun zoekt. Ook haakjes en randen voelen eerst vreemd aan voor de tong. Oefen het in- en uitnemen precies zoals wij het hebben laten zien. Bijt de prothese niet met kracht op haar plaats en verbuig metalen haakjes nooit zelf.
Uw eigen tanden blijven belangrijk. Een veranderde beet, pijn aan een steunende tand, een los haakje of een frame dat niet volledig op zijn plaats komt, moet worden gecontroleerd.
Klikgebit op implantaten
Een klikgebit geeft meer houvast, maar ook de drukknoppen, steg en het in- en uitklikken vragen gewenning. Plaats de prothese recht boven de bevestigingen en gebruik de techniek die wij hebben voorgedaan. Forceer het klikgebit niet wanneer het niet goed op zijn plaats komt.
Een klikgebit hoort stevig vast te klikken, maar moet ook uitneembaar blijven voor reiniging. Verandert de houvast, klikt één zijde niet meer goed of voelt een onderdeel pijnlijk of los? Laat dit beoordelen. Slijtage van kunststof inzetstukjes of bevestigingsonderdelen kan onderhoud nodig maken.
De onderprothese voelt vaak beweeglijker
Een volledige bovenprothese heeft meestal een groter steunvlak en kan door de afsluiting aan het gehemelte meer zuigwerking krijgen. In de onderkaak is minder ruimte en bewegen tong, wangen en mondbodem voortdurend. Daarom vraagt de onderprothese vaak meer oefening.
Probeer de prothese niet voortdurend met de tong te controleren of weg te duwen. Rustig spreken en gelijkmatig kauwen helpen de spieren een stabiel patroon te leren. Blijft de onderprothese erg los, dan beoordelen we de pasvorm, beet en mogelijke behandelmogelijkheden.
Gebruik van kleefmiddelen
Kleefpasta kan soms tijdelijk extra zekerheid geven, maar hoort een pasvormprobleem niet te verbergen. Gebruik niet steeds meer kleefmiddel wanneer de prothese losser wordt. Laat eerst controleren waarom de houvast is veranderd. Gebruik een kleefmiddel alleen volgens de gebruiksaanwijzing en ons persoonlijke advies.
Zelfvertrouwen en uiterlijk
Wennen is niet alleen lichamelijk. Uw glimlach, lipondersteuning en gezichtsuitdrukking kunnen anders zijn dan u gewend was. Het is normaal dat u daar eerst veel op let. Probeer de prothese thuis in rustige situaties te dragen, praat met iemand bij wie u zich op uw gemak voelt en breid activiteiten stap voor stap uit.
Schaamte, spanning of angst mogen besproken worden. Tijdens de nazorg luisteren we niet alleen naar de pasvorm, maar ook naar wat de verandering met u doet. Ons doel is dat u weer met vertrouwen kunt eten, spreken en lachen.
Wanneer contact opnemen?
Neem contact op wanneer:
- een drukplek, wondje of pijn aanhoudt of toeneemt;
- u na enige oefening nauwelijks kunt eten of spreken;
- de prothese zichtbaar scheef zit, steeds loskomt of klappert;
- u blijft kokhalzen;
- een plaat- of frameprothese niet goed meer past;
- een klikgebit niet meer goed vast- of losklikt;
- de prothese breekt, scheurt of een tand losraakt;
- u twijfelt of wat u voelt nog bij het normale wennen hoort.
U hoeft niet te wachten tot de volgende geplande controle. Een kleine aanpassing op tijd kan veel ongemak voorkomen. Via afspraak en contact kunt u ons bereiken.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het wennen?
Dat verschilt sterk. Sommige onderdelen verbeteren binnen enkele dagen, terwijl stabiel eten en een natuurlijk gevoel meerdere weken kunnen vragen. Na het trekken van tanden kan de pasvorm bovendien maanden blijven veranderen.
Moet ik mijn kunstgebit de hele dag dragen?
Volg de draaginstructie die u bij het plaatsen heeft gekregen. Bij een nieuw of direct geplaatst kunstgebit kunnen tijdelijk andere afspraken gelden. Na de gewenningsfase is het meestal verstandig de mond ’s nachts rust te geven, tenzij met u iets anders is afgesproken.
Mag een nieuw kunstgebit pijn doen?
Een vreemd of drukkend gevoel kan voorkomen, maar scherpe of toenemende pijn moet worden gecontroleerd. Blijf er niet onnodig mee doorlopen en pas de prothese nooit zelf aan.
Wat kan ik doen als mijn prothese loskomt tijdens het eten?
Maak kleinere stukjes, kauw langzaam en verdeel het voedsel over beide kanten. Blijft de prothese bewegen, laat dan de pasvorm en beet controleren.
Hoe houd ik mijn nieuwe prothese schoon?
Lees onze uitgebreide pagina Schoonmaken en bewaren voor instructies per type prothese.
Bronnen en verdere informatie
Deze uitleg is gebaseerd op officiële Nederlandse patiënteninformatie en aangevuld met onze praktijkervaring en persoonlijke nazorg:
- Ivoren Kruis – een nieuw kunstgebit
- Ivoren Kruis – van eigen gebit naar kunstgebit
- Ivoren Kruis – plaat- of frameprothese
- Ivoren Kruis – overkappingsprothese en klikgebit
- KNMT – kunstgebit (uitneembare prothese)
Deze pagina geeft algemene informatie. De persoonlijke instructies die u van Van Hoften Tandprothetiek, uw tandarts of implantoloog ontvangt, gaan altijd voor.