Na het verlies van tanden en kiezen verandert de kaak. Het bot dat vroeger de tandwortels ondersteunde wordt minder belast en neemt geleidelijk in hoogte en breedte af. Dit heet kaakslinking of botresorptie. Het is een natuurlijk proces, maar de snelheid en de gevolgen verschillen sterk per persoon.
Kaakslinking is iets anders dan gewone huidveroudering. Beide processen kunnen wel tegelijk invloed hebben op de mond, lippen en onderste gezichtshelft. Een goed passende prothese kan ondersteuning geven, maar kan het natuurlijke ouder worden of het slinken van de kaak niet volledig stoppen.
Waarom slinkt een tandeloze kaak?
Tandwortels geven via kauwkrachten prikkels aan het kaakbot. Na het trekken verdwijnen deze wortels en verandert de belasting. Het lichaam past het bot aan de nieuwe situatie aan. De kaak wordt daardoor langzaam lager en smaller.
- De verandering gaat meestal het snelst in de eerste periode na het trekken.
- Daarna vertraagt het proces, maar het stopt niet helemaal.
- De onderkaak kan op den duur sterker veranderen dan de bovenkaak.
- Een slecht passende prothese kan de druk ongelijk verdelen en klachten verergeren.
Leeftijd, algemene gezondheid, botkwaliteit, roken, voeding, medicatie, duur van tandeloosheid en de belasting van de prothese kunnen invloed hebben. Aan de buitenkant is niet te voorspellen hoe snel een kaak bij iemand zal veranderen.
Wat merkt u van kaakslinking?
De verandering gaat vaak zo geleidelijk dat u haar eerst niet opmerkt. Mogelijke signalen zijn:
- de prothese komt gemakkelijker los bij eten, praten of lachen;
- er komt vaker voedsel onder de prothese;
- u gebruikt steeds meer kleefpasta;
- er ontstaan terugkerende drukplekken of wondjes;
- de onderprothese voelt kleiner, beweeglijker of moeilijker te sturen;
- de tanden lijken bij dichtbijten anders op elkaar te komen;
- uw kauwkracht of duidelijkheid van spreken neemt af;
- de prothese klappert of kantelt;
- de mondhoeken worden gevoeliger of raken geïrriteerd.
Een prothese blijft zelf even groot. Wanneer de kaak verandert, ontstaat dus ruimte tussen de prothese en het slijmvlies. Daardoor vermindert de houvast en wordt de kauwdruk minder gelijkmatig verdeeld.
Welke veranderingen kunnen in het gezicht zichtbaar worden?
Tanden, kaakbot en prothese ondersteunen samen de lippen en wangen. Als de kaak slinkt of de prothese versleten en te laag wordt, kan de verhouding van de onderste gezichtshelft veranderen.
Mogelijke veranderingen zijn:
- minder ondersteuning van de boven- of onderlip;
- diepere plooien rond mond en neus;
- mondhoeken die meer naar beneden lijken te staan;
- een kortere afstand tussen neus en kin wanneer de beethoogte is afgenomen;
- een kin die meer naar voren lijkt te komen;
- ingevallen wangen of een hollere mondomgeving;
- minder zichtbare tanden tijdens praten en lachen.
Niet iedere verandering komt door de prothese. Huid, spieren, vetweefsel en algemene veroudering spelen ook een rol. Daarom beoordelen we het gezicht altijd samen met de mond, de beet, de pasvorm en de leeftijd van de prothese.
De rol van de beethoogte
De beethoogte is de afstand tussen boven- en onderkaak wanneer u dichtbijt. Door slijtage van kunsttanden, kaakslinking of een veranderde pasvorm kan deze hoogte afnemen. Dat kan invloed hebben op de gezichtsuitdrukking, de mondhoeken, spreken, kauwen en soms de kauwspieren.
Een lagere beethoogte kan niet veilig worden gecorrigeerd door zelf materiaal onder de prothese te leggen. Eerst moet worden onderzocht of opvullen voldoende is of dat ook de tanden, beet of volledige prothese moeten worden vernieuwd.
Kan een goed kunstgebit kaakslinking voorkomen?
Een goed passende prothese kan de belasting beter verdelen en helpt drukplekken en overbelasting te beperken. Kaakslinking volledig voorkomen kan een gewone uitneembare prothese echter niet.
Wanneer enkele gezonde wortels behouden kunnen blijven, kan een overkappingsprothese het bot plaatselijk meer steun geven. Ook implantaten kunnen de prothese stabiliseren en het slinken rond de implantaten afremmen. Een klikgebit stopt niet iedere vorm van bot- of gezichtsverandering en is niet voor iedereen automatisch de beste oplossing. Hiervoor is onderzoek en een persoonlijk behandelplan nodig.
Wat kunnen wij doen bij een veranderde kaak?
Afhankelijk van de pasvorm, beet, leeftijd en staat van de prothese zijn verschillende oplossingen mogelijk:
Een tijdelijke zachte laag
Bij wondgenezing of gevoelig slijmvlies kan tijdelijk een zachte laag worden aangebracht. Deze oplossing is bedoeld om een veranderlijke fase te overbruggen en moet worden gecontroleerd.
Opvullen of rebasen
Bij een goede tandstand en beet kan de binnenzijde soms opnieuw passend worden gemaakt met een nieuwe laag kunststof. Dit heet rebasen of relinen. De prothese sluit daarna weer beter aan op de kaak.
Aanpassen van de beet
Wanneer tanden ongelijk contact maken, kunnen gerichte aanpassingen nodig zijn om de druk beter te verdelen. Dit wordt altijd zorgvuldig in de mond gecontroleerd.
Een nieuwe prothese
Als de kunsttanden versleten zijn, de beethoogte sterk is veranderd of de prothese technisch niet meer goed kan worden aangepast, kan een nieuwe prothese verstandiger zijn.
Onderzoek naar een klikgebit
Bij een sterk geslonken kaak en onvoldoende houvast kan onderzoek naar implantaten en een klikgebit worden besproken. Medische geschiktheid, botaanbod, mondhygiëne, verwachtingen en vergoeding worden daarbij meegenomen.
Wat kunt u zelf doen?
- Laat de prothese en mond periodiek controleren, ook zonder klachten.
- Maak prothese en mond dagelijks zorgvuldig schoon.
- Draag een slecht passende prothese niet jarenlang zonder beoordeling.
- Gebruik kleefmiddel niet om een steeds slechtere pasvorm te verbergen.
- Laat terugkerende drukplekken tijdig corrigeren.
- Eet gevarieerd en bespreek onbedoeld gewichtsverlies met uw huisarts.
- Rook niet; roken is ongunstig voor mondslijmvlies, wondgenezing en implantaatzorg.
- Bewaar oude prothesen als reserve, maar wissel niet voortdurend zonder overleg.
Wat moet u niet zelf doen?
- de binnenzijde opvullen met materiaal uit de drogist of internet;
- randen wegvijlen of kunsttanden afslijpen;
- watjes, gaas of papier onder de prothese leggen;
- een loszittende prothese blijven dragen met steeds meer kleefpasta;
- zelf besluiten dat gezichtsverandering alleen met een nieuwe prothese is op te lossen.
Wanneer contact opnemen?
Maak een afspraak wanneer de prothese losser wordt, de beet verandert, drukplekken terugkomen, eten of spreken moeilijker gaat of u veranderingen aan mondhoeken en gezicht opmerkt. Via afspraak en contact kunt u een beoordeling aanvragen.
Veelgestelde vragen
Is kaakslinking een fout van de prothese?
Nee. Kaakslinking is een biologisch proces na het verlies van tanden. Een slechte pasvorm kan de druk wel ongunstig verdelen, waardoor controle belangrijk is.
Kan mijn gezicht weer precies worden zoals vroeger?
Een nieuwe of aangepaste prothese kan de lippen, beet en onderste gezichtshelft beter ondersteunen. Natuurlijke veroudering en verdwenen kaakbot kunnen niet altijd volledig worden teruggedraaid. Vooraf bespreken we daarom realistische mogelijkheden.
Helpt een klikgebit tegen een ingevallen gezicht?
Een klikgebit kan houvast en functie verbeteren en implantaten kunnen lokaal bot helpen behouden. Het is geen algemene behandeling tegen gezichtsveroudering. De vorm en tandstand van de prothese blijven bepalend voor de ondersteuning.
Hoe weet ik of opvullen voldoende is?
Dat kan alleen na onderzoek van pasvorm, randen, beet, kunsttanden en mondslijmvlies. Soms is rebasen geschikt; soms is een nieuwe prothese beter.
Bronnen en verdere informatie
- KNMT – rebasen en blijvende kaakslinking
- KNMT – overkappingsprothese en klikgebit
- Ivoren Kruis – een nieuw kunstgebit
- Ivoren Kruis – van eigen gebit naar kunstgebit
Deze pagina geeft algemene informatie. Tijdens een persoonlijke controle beoordelen wij welke veranderingen door de kaak, de prothese, de beet of normale veroudering worden veroorzaakt.