Moeilijke woorden eenvoudig uitgelegd
Van afdruk tot zorgmachtiging
In de tandheelkunde en tandprothetiek worden veel vakwoorden gebruikt. Zoek hieronder een begrip of kies een letter. Klik op een woord voor een korte uitleg in gewone taal.
Alle begrippen worden getoond.
Geen begrip gevonden. Probeer een ander woord of neem contact met ons op; we leggen het graag uit.
A Begrippen met A
A-zone
Het zachte gebied achter in de bovenkaak waar de achterrand van een volledige bovenprothese afsluit. Een goede ligging van deze rand helpt bij de houvast.
Abutment
Een verbindingsdeel dat op een implantaat wordt geplaatst. Daarop kan bijvoorbeeld een kroon, drukknop of ander onderdeel worden bevestigd.
Afdruk
Met een lepel en afdrukmateriaal wordt de vorm van uw kaak, slijmvlies en eventuele tanden vastgelegd. Zo kan een passend werkmodel worden gemaakt.
Alginaat
Een veelgebruikt afdrukmateriaal dat met water wordt gemengd. Het voelt eerst als een zachte pasta en wordt na korte tijd stevig.
Antistolling
Medicijnen die de kans op bloedstolsels verkleinen. Meld altijd welke antistolling u gebruikt vóór een behandeling waarbij een bloeding kan ontstaan. Stop of verander deze medicijnen nooit op eigen initiatief.
B Begrippen met B
Beetbepaling
We leggen vast hoe de boven- en onderkaak ten opzichte van elkaar staan en welke hoogte prettig en functioneel is. Dit is belangrijk voor kauwen, spreken en het uiterlijk.
Begroting
Een overzicht vooraf van de geplande behandeling, codes en verwachte kosten. De uiteindelijke vergoeding hangt af van uw polis, toestemming en eventuele eigen bijdrage of eigen risico.
Bisfosfonaten
Medicijnen die botafbraak remmen, bijvoorbeeld bij botontkalking of bepaalde andere aandoeningen. Vertel uw behandelaar dat u deze gebruikt of heeft gebruikt, vooral vóór trekken of implanteren. Stop nooit zonder overleg met uw arts.
Bruxisme
Onbewust knarsen of krachtig op elkaar klemmen van tanden of kaken, vaak tijdens de slaap. Dit kan spieren, kaakgewrichten, eigen tanden en een prothese extra belasten.
C Begrippen met C
CAD/CAM
Een digitale werkwijze waarbij een gebitsprothese of onderdeel met software wordt ontworpen en daarna wordt gefreesd of 3D-geprint.
Candida
Een gist die van nature in de mond kan voorkomen. Bij verstoring kan Candida een schimmelinfectie veroorzaken, bijvoorbeeld rood of branderig slijmvlies onder een prothese. Laat aanhoudende klachten beoordelen.
CBCT-scan
Een driedimensionale röntgenscan van onder meer kaakbot, tanden en omliggende structuren. Deze scan kan nodig zijn bij de voorbereiding van een implantologische behandeling. Het is iets anders dan een gewone intra-orale mondscan.
Chloorhexidine
Een ontsmettende werkzame stof in sommige mondspoelingen en gels. Het middel wordt meestal tijdelijk en op advies gebruikt. Langer of onjuist gebruik kan onder meer verkleuring en smaakverandering geven.
D Begrippen met D
Denosumab
Een medicijn dat botafbraak remt, onder andere bij botontkalking en bepaalde andere aandoeningen. Meld gebruik altijd vóór trekken of implanteren en verander de behandeling alleen in overleg met de voorschrijvend arts.
Digitale prothese
Een prothese die geheel of gedeeltelijk digitaal wordt ontworpen en vervaardigd. Welke stappen digitaal kunnen, hangt af van uw mondsituatie en behandelplan.
Droge mond
Het gevoel dat de mond te droog is, vaak door te weinig of veranderd speeksel. Dit kan spreken, slikken, eten en het dragen van een prothese bemoeilijken en vraagt bij aanhoudende klachten om beoordeling.
Drukknop
Een klein bevestigingsdeel op een implantaat waar de matrix in het klikgebit overheen klikt. De kunststof inzetstukjes in de prothese kunnen na verloop van tijd slijten en worden vervangen.
Drukplek
Een pijnlijk of rood plekje doordat een deel van de prothese te veel druk geeft. Laat dit controleren en pas de prothese niet zelf aan.
E Begrippen met E
Eigen bijdrage
Het wettelijke of polisgebonden deel van bepaalde zorgkosten dat u zelf betaalt. Dit staat los van het eigen risico en kan daarnaast gelden.
Eigen risico
Het bedrag dat een verzekerde van 18 jaar of ouder bij veel zorg uit de Nederlandse basisverzekering eerst zelf betaalt. Het eigen risico kan naast een eigen bijdrage gelden.
Extractie
Het verwijderen van een tand of kies. Als direct daarna een prothese wordt geplaatst, noemen we die vaak een immediaatprothese of noodprothese.
F Begrippen met F
Fluoridemondspoelmiddel
Een spoelmiddel met fluoride dat tanden en kiezen extra kan helpen beschermen tegen gaatjes. Het is niet voor iedereen nodig en vervangt poetsen met fluoridetandpasta niet; gebruik het liefst op advies van een mondzorgverlener.
Fractuur
Een breuk in de prothese, een kunsttand of een onderdeel. Draag een beschadigde prothese zo min mogelijk en laat haar professioneel beoordelen.
Frameprothese
Een uitneembare gedeeltelijke prothese met een metalen basis waarop roze kunststof en kunsttanden zijn aangebracht. Het frame steunt meestal deels op de overgebleven tanden of kiezen.
G Begrippen met G
Gebitsprothese
Een uitneembare vervanging van ontbrekende tanden en kiezen. Een gebitsprothese kan volledig of gedeeltelijk zijn en kan soms op implantaten vastklikken.
Gedeeltelijke prothese
Een uitneembare voorziening die één of meer ontbrekende tanden of kiezen vervangt terwijl eigen tanden of kiezen behouden blijven. Dit kan een plaatprothese of frameprothese zijn.
I Begrippen met I
Immediaatprothese
Een prothese die meteen na het trekken van tanden en kiezen wordt geplaatst. Zij beschermt de wonden, maar de pasvorm verandert tijdens de genezing doordat kaak en slijmvlies snel van vorm veranderen.
Implantaat
Een kunstwortel die in het kaakbot wordt geplaatst. Implantaten kunnen bijvoorbeeld een klikgebit, kroon of brug ondersteunen.
Implantoloog
Een tandarts die zich heeft toegelegd op het onderzoeken, plannen en plaatsen van implantaten. In sommige situaties wordt een kaakchirurg betrokken.
Intra-orale scan
Een kleine camera maakt veel beelden van de zichtbare oppervlakken in de mond en vormt daar een 3D-model van. Dit is geen röntgenfoto en laat dus niet zien wat zich in het bot of onder het tandvlees bevindt.
K Begrippen met K
Kaakgewricht
Het gewricht vóór het oor waarmee de onderkaak beweegt. Pijn, stijfheid, knappen of kraken kan samenhangen met spieren, gewricht, overbelasting of beet; laat aanhoudende of beperkende klachten beoordelen.
Kaakslinking
Na verlies van tanden en kiezen wordt het kaakbot geleidelijk lager en smaller. Daardoor kan de pasvorm van een prothese veranderen.
Kaakwal
De afgeronde vorm van kaakbot met slijmvlies waarop een gewone volledige prothese rust. De vorm en hoogte verschillen per persoon en veranderen in de tijd.
Klikgebit
Een uitneembare prothese die voor extra houvast vastklikt op implantaten, meestal via drukknoppen of een steg. U neemt het gebit uit om het en de implantaten schoon te maken.
KPT’er
Een tandtechnicus met aanvullende klinische scholing die onder verantwoordelijkheid en volgens afspraken met een tandarts of tandprotheticus patiëntgebonden werkzaamheden kan uitvoeren.
Kunstspeeksel
Een gel, spray of vloeistof die de mond tijdelijk bevochtigt wanneer er te weinig speeksel is. Het verlicht klachten, maar neemt de oorzaak van de droge mond niet weg.
L Begrippen met L
Locator
Een veelgebruikt type drukknop op een implantaat. In de prothese zit een passend inzetstuk dat eroverheen klikt en zo houvast geeft.
Laboratoriumscan
Een scanner in het tandtechnisch laboratorium die bijvoorbeeld een model, afdruk of bestaande prothese digitaal vastlegt. Dat bestand kan worden gebruikt voor ontwerp en productie.
M Begrippen met M
Machtiging
Goedkeuring van een zorgverzekeraar voordat een bepaalde behandeling wordt uitgevoerd. Een machtiging betekent niet automatisch dat u niets zelf betaalt; eigen bijdrage, eigen risico en polisvoorwaarden kunnen blijven gelden.
Matrix
Het onderdeel in een klikgebit dat over een drukknop op het implantaat klikt. Het inzetstuk kan slijten en zo nodig worden vervangen om de houvast te herstellen.
Medicatieoverzicht
Een actuele lijst van alle medicijnen die u gebruikt, inclusief sterkte en dosering. Neem bij belangrijke veranderingen of een medische behandeling bij voorkeur een recent overzicht van uw apotheek mee.
Mesostructuur
De verbindingsconstructie tussen implantaten en de prothese. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit locators/drukknoppen of een steg.
Mondhygiënist
Een mondzorgprofessional die zich richt op preventie en de gezondheid van tandvlees, gebit en implantaten, waaronder instructie en professionele reiniging.
Mondspoelmiddel
Een vloeistof om de mond mee te spoelen. De werking hangt af van de werkzame stof. Het vervangt het schoonmaken van tanden, implantaten, tong of prothese niet en is niet altijd nodig.
Mucositis rond een implantaat
Een ontsteking van het slijmvlies rondom een implantaat, zonder aantoonbaar verlies van steunbot. Tijdige professionele controle en goede reiniging zijn belangrijk.
Mutualiteit
De organisatie waarbij iemand in België is aangesloten voor de verplichte ziekteverzekering. Voor vergoeding kunnen voorschriften, getuigschriften, voorwaarden en aanvullende voordelen per situatie verschillen.
N Begrippen met N
Nazorg
De controles en eventuele kleine aanpassingen na het plaatsen of behandelen. Nazorg helpt bij drukplekken, gewenning, pasvorm, schoonhouden en het controleren van mond en implantaten.
Noodprothese
Zie immediaatprothese: een prothese die direct na het trekken wordt geplaatst en die tijdens de genezingsfase vaak moet worden gecontroleerd of aangepast.
O Begrippen met O
Occlusie
De manier waarop tanden, kiezen of kunsttanden van boven- en onderkaak contact met elkaar maken.
Opvullen
Het aanbrengen van nieuw materiaal aan de binnenzijde van een prothese zodat deze weer beter aansluit op de veranderde kaak.
Osseointegratie
Het biologische proces waarbij het kaakbot nauw aansluit op het implantaat, zodat dit stabiel belast kan worden.
Osteonecrose van de kaak
Een zeldzame aandoening waarbij kaakbot onvoldoende geneest en bloot kan komen te liggen. Sommige medicijnen en behandelingen kunnen het risico beïnvloeden. Meld uw volledige medicatiegeschiedenis vóór een ingreep.
Overkappingsprothese
Een prothese die over behouden wortels of implantaten heen valt. Op implantaten wordt dit meestal een klikgebit genoemd.
P Begrippen met P
Partiële prothese
Een uitneembare voorziening die enkele ontbrekende tanden of kiezen vervangt. Dit kan een kunststof plaatprothese of een metalen frameprothese zijn.
Pasfase
Een controlemoment vóór de definitieve afwerking. Bij een proefopstelling bekijken we onder meer stand, beet, uitstraling en spraak; niet ieder behandeltraject heeft precies dezelfde pasmomenten.
Peri-implantitis
Een ontsteking rondom een implantaat waarbij ook steunbot verloren gaat. Signalen kunnen bloeding, pus, pijn of een veranderde pasvorm zijn, maar klachten kunnen ook beperkt zijn. Regelmatige controle helpt problemen vroeg te ontdekken.
Plaatprothese
Een uitneembare gedeeltelijke prothese van tandvleeskleurige kunststof met kunsttanden. Zij rust voornamelijk op het mondslijmvlies en kan soms met haakjes worden geholpen.
Prothese
Een kunstmatige vervanging van een lichaamsdeel. Op deze website bedoelen we meestal een gebitsprothese die ontbrekende tanden en kiezen vervangt.
Protheseborstel
Een borstel met een vorm en stevigheid die bedoeld is om een uitneembare prothese aan binnen- en buitenzijde te reinigen. Gebruik een geschikt reinigingsmiddel en volg het persoonlijke schoonmaakadvies.
R Begrippen met R
Randopbouw
Een afdrukstap waarbij de randen rond de kaak tijdens bewegingen zorgvuldig worden vastgelegd. Dit helpt om de lengte en vorm van de protheseranden goed te bepalen.
Rebasing / relining
Nieuw materiaal wordt aan de binnenzijde van een prothese aangebracht om de pasvorm en drukverdeling te verbeteren.
Reinigingstablet
Een tablet die in water oplost en als aanvulling kan worden gebruikt bij het reinigen van een prothese. Het vervangt borstelen niet en niet ieder product is geschikt voor elk prothesemateriaal.
Reparatie
Het professioneel herstellen van bijvoorbeeld een breuk, scheur of losgeraakte kunsttand. Zelf lijmen kan pasvorm en materiaal beschadigen en bemoeilijkt een goede reparatie.
Retentie
De mate waarin een prothese op haar plaats blijft en weerstand biedt tegen loskomen. Retentie hangt onder meer af van kaakvorm, pasvorm, speeksel, spieren en eventuele implantaatverankering.
Roken
Het gebruik van tabak. Roken kan mondweefsel en wondgenezing nadelig beïnvloeden en verhoogt de kans op problemen rond tanden en implantaten. Het kan ook verkleuring van een prothese versnellen.
S Begrippen met S
Scanbody
Een tijdelijk meetonderdeel dat op een implantaat wordt geplaatst tijdens een digitale scan. De software kan daarmee de exacte positie en richting van het implantaat bepalen.
Schimmelinfectie in de mond
Een overgroei van gisten die roodheid, branderigheid, kloofjes of witte plekjes kan geven. Een prothese, droge mond, medicatie en continu dragen kunnen meespelen; laat de oorzaak beoordelen.
Softliner
Een zacht materiaal aan de binnenzijde van een prothese om het slijmvlies te ontzien. Het kan tijdelijk of voor langere tijd worden toegepast; onderhoud en vervanging vragen extra aandacht.
Speeksel
Vloeistof uit de speekselklieren die helpt bij spreken, proeven, kauwen en slikken en mondweefsel en tanden beschermt. De hoeveelheid en samenstelling kunnen ook invloed hebben op het comfort en de houvast van een prothese.
Steg
Een staaf die implantaten met elkaar verbindt. Clips in het klikgebit grijpen om de staaf en zorgen zo voor houvast.
Stomatitis onder een prothese
Rood of geïrriteerd slijmvlies onder een prothese. Mogelijke factoren zijn onder meer onvoldoende reiniging, continu dragen, pasvorm of een schimmelinfectie; laat de oorzaak beoordelen.
T Begrippen met T
Tandarts
Een universitair opgeleide mondzorgverlener die mondproblemen onderzoekt, diagnoses stelt en behandelingen uitvoert of coördineert.
Tandplak
Een zachte, kleverige laag met bacteriën die zich vormt op tanden, implantaatonderdelen en prothesen. Dagelijkse reiniging helpt ontsteking, geur en andere mondproblemen voorkomen.
Tandprotheticus
Een hbo-opgeleide, wettelijk erkende behandelaar die zelfstandig volledige gebitsprothesen en de bijbehorende patiëntenzorg verzorgt. Bij gedeeltelijke prothesen en implantologische zorg werkt de tandprotheticus waar nodig samen met tandarts, implantoloog of kaakchirurg.
Tandtechnicus
Een vakprofessional die tandtechnische werkstukken zoals prothesen, kronen en bruggen vervaardigt, aanpast en repareert op voorschrift of in samenwerking met een behandelaar.
Tissue conditioner
Een tijdelijke zachte laag aan de binnenzijde van een prothese om kwetsbaar of herstellend slijmvlies rust te geven en veranderingen in de kaak te overbruggen.
TMD
Een verzamelnaam voor klachten van het kaakgewricht en de kauwspieren, zoals pijn, vermoeidheid, beperkte mondopening, knappen of kraken.
V Begrippen met V
Vapen
Het inhaleren van damp uit een e-sigaret. De damp is niet onschadelijk; nicotine en andere stoffen kunnen de mond en het herstel beïnvloeden. Vertel het vóór een ingreep als u vapet.
Vergoeding
Het deel van de zorgkosten dat een Nederlandse zorgverzekeraar of Belgische mutualiteit volgens de geldende voorwaarden betaalt. Een vergoeding kan afhankelijk zijn van indicatie, polis, contract, voorschrift of voorafgaande toestemming.
Voering
Het materiaal aan de binnenzijde van de prothese dat tegen kaak en slijmvlies ligt. Een nieuwe harde of zachte voering kan de aansluiting of het comfort verbeteren.
Volledige prothese
Een uitneembare prothese die alle tanden en kiezen van de bovenkaak, onderkaak of beide kaken vervangt.
W Begrippen met W
Wondgenezing
Het natuurlijke herstel van weefsel na bijvoorbeeld trekken of implanteren. Gezondheid, mondhygiëne, roken, medicatie en belasting kunnen het verloop beïnvloeden. Volg daarom de persoonlijke nazorginstructies.
X Begrippen met X
Xerostomie
De medische term voor het ervaren van monddroogte. Dat gevoel kan bestaan met of zonder meetbaar tekort aan speeksel en verdient aandacht als het aanhoudt.
Z Begrippen met Z
Zorgmachtiging
Zie machtiging: voorafgaande toestemming van de zorgverzekeraar voor bepaalde zorg. Controleer altijd wat de toestemming precies omvat en wat u mogelijk zelf betaalt.
De uitleg is in eigen woorden samengesteld voor patiënten en inhoudelijk gecontroleerd aan de hand van onder meer de moeilijke woordenlijst van de KNMT en de actuele uitleg van de Rijksoverheid over eigen bijdrage en eigen risico, Ivoren Kruis over mondspoelmiddelen, Apotheek.nl en de patiëntinformatie van Thuisarts.nl. De uitleg vervangt geen persoonlijk onderzoek, behandelplan of verzekeringsbesluit.