Een kunstgebit kan na verloop van tijd losser gaan zitten, terwijl de prothese zelf nauwelijks van vorm verandert. Dat komt vaak doordat kaakbot en tandvlees blijven veranderen. Door het kunstgebit op te vullen — ook wel rebasen of relinen genoemd — kan de binnenzijde opnieuw passend worden gemaakt.
Opvullen is geen standaardoplossing voor ieder los kunstgebit. Daarom onderzoeken we eerst de mond, de pasvorm, de beet, slijtage en de staat van de prothese. Soms helpt een rebasing goed; soms is aanpassen, repareren of vervangen verstandiger.

Wat betekent opvullen of rebasen?
Bij een rebasing worden de bestaande tanden en kiezen van de prothese behouden. Aan de onderzijde — het roze gedeelte dat op de kaak rust — wordt nieuw materiaal aangebracht. Daarmee vullen we de ruimte op die door verandering of slinking van de kaak is ontstaan.
Het doel is dat de prothese weer beter aansluit, de kauwkrachten gelijkmatiger worden verdeeld en bewegen of kantelen vermindert. Opvullen verandert meestal niets aan de zichtbare tandstand of kleur. Als juist de tanden, de beet of de uitstraling niet meer goed zijn, kan een nieuwe prothese geschikter zijn.
Van ruimte onder de prothese naar een betere aansluiting
De kaak verandert
Er ontstaat ruimte tussen slijmvlies en kunstgebit.
Afdruk in de prothese
Uw huidige mondvorm wordt nauwkeurig vastgelegd.
Nieuwe voering
De binnenzijde krijgt een passende laag kunsthars.
Passen en controleren
Pasvorm, randen, beet en druk worden opnieuw beoordeeld.
Waarom wordt een kunstgebit losser?
Na het trekken van tanden en kiezen verandert het kaakbot. Vooral in het eerste jaar kan dit snel gaan, maar de verandering stopt daarna niet volledig. Een harde prothese verandert niet automatisch mee. Daardoor kan ruimte ontstaan en kan het kunstgebit bewegen.
Andere mogelijke oorzaken zijn slijtage van de tanden, een veranderde beet, een droge mond, minder spiercontrole, gewichtsverlies, ziekte, beschadiging van de prothese of slijtage van klikonderdelen. Bij een klikgebit kan het probleem dus in de pasvorm zitten, maar ook in locators, matrices, clips, drukknoppen of een stegconstructie.
Signalen dat controle verstandig is
- Het kunstgebit beweegt, kantelt of komt los bij praten of eten.
- U heeft steeds meer kleefmiddel nodig.
- Er komt voedsel onder de prothese.
- U krijgt terugkerende drukplekken, wondjes of irritatie.
- De kauwkracht voelt ongelijk verdeeld.
- Uw onderprothese schuift naar voren of opzij.
- De prothese klikt of tikt tijdens het praten.
- Uw gezicht, lipondersteuning of beet lijkt te veranderen.
- Een klikgebit klikt minder stevig vast dan voorheen.
Een los kunstgebit betekent niet automatisch dat opvullen nodig is. Eerst moet duidelijk zijn waar het probleem vandaan komt.
Wanneer kan opvullen een goede oplossing zijn?
Rebasen kan passend zijn wanneer de prothese technisch nog goed is, de tandstand en beet bruikbaar zijn en er vooral ruimte onder de basis is ontstaan. Dat komt vaak voor bij een immediaat- of noodprothese tijdens het genezingsproces, maar ook bij een oudere volledige prothese die verder nog in goede staat is.
Ook een gedeeltelijke plaatprothese of klikgebit kan soms worden opgevuld. Bij een frameprothese, prothese op eigen wortels of implantaatgedragen prothese is extra beoordeling nodig omdat metalen delen, tanden, wortels, implantaten en bevestigingsonderdelen de behandeling beïnvloeden.
Direct of indirect opvullen
Directe rebasing
Bij een directe rebasing wordt het voeringsmateriaal in of aan de prothese aangebracht en in de mond passend gemaakt. Dit kan geschikt zijn als snelle of tijdelijke oplossing. Het resultaat, materiaal en de verwachte gebruiksduur hangen af van de situatie. Een zachte voering kan tijdelijk comfort geven tijdens genezing of bij gevoelig slijmvlies, maar is meestal geen permanente eindoplossing.
Indirecte rebasing
Bij een indirecte rebasing gebruiken we uw kunstgebit als afdruklepel. Met afdrukmateriaal leggen we de actuele vorm van de kaak en zo nodig de randen nauwkeurig vast. Daarna wordt in het laboratorium een nieuwe harde kunstharslaag aangebracht. Het gebit wordt afgewerkt, gepolijst, teruggeplaatst en gecontroleerd.
De indirecte methode geeft doorgaans een nauwkeurige, duurzame voering. Vaak kan het werk dezelfde dag worden uitgevoerd, maar planning, techniek en mondsituatie kunnen betekenen dat u het kunstgebit langer moet missen. We spreken dit altijd vooraf met u af.
Tissue conditioner en softliner: wat is het verschil?
Beide zijn zachte materialen aan de binnenzijde van een kunstgebit. De termen worden in de praktijk soms door elkaar gebruikt, maar ze betekenen niet altijd hetzelfde. Een tissue conditioner is een tijdelijke vorm van zachte voering. Een softliner is de bredere naam voor een zacht, veerkrachtig voeringsmateriaal en kan tijdelijk of langer durend worden toegepast.
Tissue conditioner
Een zeer zachte laag die geïrriteerd of kwetsbaar slijmvlies tijdelijk rust en ondersteuning kan geven.
- Vaak na het trekken van tanden of plaatsen van implantaten.
- Ook bij drukplekken of beschadigd slijmvlies.
- Past zich in het begin enigszins aan de mond aan.
- Bedoeld voor weken tot enkele maanden; controle en vervanging kunnen nodig zijn.
Softliner
Een zachtere, veerkrachtige voering die kauwdruk kan dempen wanneer hard materiaal te belastend is.
- Kan direct of in het laboratorium worden aangebracht.
- Kan geschikt zijn bij zeer gevoelig of dun slijmvlies.
- Blijft niet onbeperkt goed: materiaal kan verharden, verkleuren, ruw worden of loslaten.
- Vraagt zorgvuldige reiniging en periodieke controle.
Harde rebasing
De binnenzijde wordt met harde kunsthars duurzaam aangepast aan de huidige vorm van de kaak.
- Geeft een nauwkeurige en glad af te werken pasvorm.
- Is niet veerkrachtig en dempt de druk niet zoals een zachte voering.
- Vaak de vervolgstap nadat mond en kaak voldoende zijn hersteld.
- Niet geschikt als het slijmvlies eerst tot rust moet komen.
Wanneer kiezen we voor een tissue conditioner?
Een tissue conditioner kan een tussenstap zijn wanneer het slijmvlies rood, pijnlijk of beschadigd is en een harde rebasing nog niet verstandig is. Het zachte materiaal verdeelt de druk tijdelijk en kan de prothese tijdens een snel veranderende genezingsfase beter laten aansluiten. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij een noodprothese, na extracties, rondom een implantologisch traject of bij terugkerende drukplekken.
De laag veroudert bewust sneller dan harde prothesekunststof. Ze kan na verloop van tijd poreus, harder, ruw of minder hygiënisch worden. Daarom spreken we een controlemoment af. Afhankelijk van het herstel kan de laag worden vernieuwd, verwijderd of later worden vervangen door een harde rebasing of een nieuwe prothese.
Wanneer kan een softliner langer worden gebruikt?
Sommige patiënten hebben langdurig zeer dun, kwetsbaar of gevoelig slijmvlies of een kaakvorm waarop een harde basis veel druk geeft. Dan kan een meer duurzame softliner worden overwogen. De voor- en nadelen moeten zorgvuldig worden afgewogen: een zachte laag kan comfortabeler zijn, maar is meestal gevoeliger voor slijtage, verkleuring, geur, aanslag en beschadiging dan harde kunsthars.
Ook een meer duurzame softliner moet periodiek worden beoordeeld. “Permanent” betekent bij dit materiaal niet dat het nooit vervangen hoeft te worden.
Reinigen van een zachte voering
- Gebruik de reinigingsmiddelen en methode die wij bij uw specifieke materiaal adviseren.
- Reinig de zachte zijde voorzichtig met een zachte borstel; hard schrobben kan het oppervlak beschadigen.
- Gebruik geen tandpasta, schuurmiddel, bleekmiddel, kokend water of agressieve reiniger.
- Trek niet aan losse randjes en knip of vijl het materiaal niet zelf bij.
- Spoel na maaltijden voedselresten weg en reinig ook uw mondslijmvlies.
- Neem contact op wanneer de voering loslaat, scheurt, hard wordt, sterk verkleurt, onaangenaam ruikt of nieuwe pijn veroorzaakt.
Het juiste onderhoud verschilt per product. De persoonlijke instructie die u bij het aanbrengen krijgt, gaat daarom altijd vóór algemene informatie.
Bron en verdere uitleg: KNMT – soft tissue conditioner.
Hoe verloopt de afspraak?
- Gesprek en onderzoek. We bespreken uw klachten en bekijken mond, slijmvlies, prothese, randen, beet, slijtage en eventuele implantaten.
- Keuze van de oplossing. U hoort of opvullen verstandig is, welk type rebasing past en wat alternatieven zijn.
- Begroting en vergoeding. Vooraf leggen we kosten, mogelijke eigen bijdrage en eventuele toestemming uit.
- Afdruk. Bij een indirecte rebasing nemen we de afdruk in uw bestaande prothese. Soms maken we een randopbouw om spieraanhechtingen en protheseranden nauwkeurig vast te leggen.
- Laboratoriumfase. Het afdrukmateriaal wordt vervangen door nieuwe kunsthars en de prothese wordt glad afgewerkt.
- Plaatsen en controleren. We controleren de aansluiting, randen, beet en bewegingen van lippen, wangen en tong.
- Nazorg. Als er een drukplek ontstaat, stellen we de prothese plaatselijk bij. Ga niet zelf vijlen of schuren.
Opvullen bij een nood- of immediaatprothese
Na het trekken veranderen kaak en tandvlees snel. Daardoor kan een immediaatprothese in korte tijd losser worden. Een tijdelijke zachte voering of rebasing kan de pasvorm tijdens de genezing verbeteren. Later beoordelen we of nogmaals opvullen voldoende is of dat een nieuwe, meer definitieve prothese beter past.
Lees meer over de nood- of immediaatprothese.
Opvullen bij een klikgebit
Een klikgebit rust niet alleen op implantaten of een steg; delen van de prothese steunen ook op het slijmvlies. Wanneer de kaak verandert, kan opvullen nodig zijn om de belasting weer goed te verdelen. Tegelijk controleren we implantaatweefsel, steg of drukknoppen en de kunststof clips of matrices. Alleen ringetjes of clips vervangen is iets anders dan de prothese opvullen.
Een klikgebit mag niet ongecontroleerd worden opgevuld. De implantaatpositie en het kliksysteem moeten nauwkeurig worden geregistreerd zodat er geen schadelijke spanning ontstaat.
Wanneer is opvullen niet voldoende?
Een nieuwe prothese of andere behandeling kan verstandiger zijn wanneer:
- de tanden en kiezen sterk versleten zijn;
- de beet of beethoogte niet meer klopt;
- de prothese herhaaldelijk breekt of ernstig beschadigd is;
- de basis sterk vervormd of meerdere keren uitgebreid is;
- de tandstand, uitstraling of lipondersteuning niet meer passend is;
- er onvoldoende ruimte is om veilig nieuw materiaal aan te brengen;
- een implantaat, wortel of kliksysteem onderzocht of behandeld moet worden;
- de klachten niet door ruimte onder de prothese worden veroorzaakt.
Opvullen maakt een versleten prothese niet nieuw. Daarom beoordelen we altijd het hele kunstgebit en niet alleen de losse pasvorm.
Na het opvullen
De prothese kan in het begin strakker of anders aanvoelen. Uw tong, wangen en kauwspieren moeten soms opnieuw wennen. Een lichte gevoeligheid kan voorkomen, maar een scherpe drukplek, wondje of toenemende pijn moet worden gecontroleerd.
- Volg het draagadvies dat u bij het plaatsen krijgt.
- Eet de eerste uren rustig en begin zo nodig met zachter voedsel.
- Maak het kunstgebit schoon volgens de gebruikelijke instructies.
- Gebruik niet extra veel kleefmiddel om een pijnlijke pasvorm te maskeren.
- Breng het kunstgebit vóór een controle enige tijd in, tenzij dat door pijn echt niet mogelijk is; zo kunnen we de drukplek beter herkennen.
- Pas de prothese nooit zelf aan met een vijl, schuurpapier, heet water of doe-het-zelfmateriaal.
Kosten en vergoeding
Nederland
Een rebasing van een uitneembaar volledig kunstgebit valt onder voorwaarden onder de basisverzekering. In 2026 geldt voor reparatie en rebasing van een uitneembaar volledig kunstgebit een wettelijke eigen bijdrage van 10% van de kosten. Daarnaast kan het eigen risico van toepassing zijn. Voor een gedeeltelijke plaatprothese of frameprothese gelden andere regels. Bij een klikgebit kunnen toestemming, contractering en de leeftijd van de voorziening invloed hebben.
België
De Belgische terugbetaling hangt af van het type prothese, de uitgevoerde verstrekking, de voorwaarden van het RIZIV en uw mutualiteit. Omdat de behandeling in Nederland plaatsvindt, adviseren we vooraf een begroting te laten beoordelen en schriftelijk te laten bevestigen wat wordt terugbetaald.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak kan een kunstgebit worden opgevuld?
Er is geen vast medisch aantal. Het hangt af van de staat en leeftijd van de prothese, de hoeveelheid ruimte, eerdere aanpassingen en de beet. Na meerdere rebasings kan een nieuwe prothese doelmatiger of technisch beter zijn.
Krijg ik na het opvullen andere tanden?
Nee. Bij een gewone rebasing blijven de bestaande tanden, tandstand en zichtbare buitenzijde meestal behouden. Alleen de binnenzijde wordt aangepast.
Kan opvullen een gebroken prothese herstellen?
Een breuk moet eerst veilig worden gerepareerd en de oorzaak moet worden onderzocht. Soms worden reparatie en rebasing gecombineerd, maar een herhaaldelijke breuk kan wijzen op een verkeerde pasvorm, te weinig ruimte, materiaalvermoeidheid of een verstoorde beet.
Kan ik wachten als het kunstgebit alleen een beetje los zit?
Laat het liever controleren voordat wondjes, een breuk of extra kaakslinking ontstaat. Een controle betekent niet automatisch dat er direct behandeld moet worden.
Wilt u weten of opvullen bij u helpt?
Neem uw kunstgebit mee en vertel wat u merkt bij eten, spreken en lachen. We onderzoeken eerst de oorzaak en leggen daarna rustig uit of opvullen, aanpassen, repareren of vervangen het meest logisch is.
Maak een afspraak of vraag om teruggebeld te worden.
Betrouwbare informatiebronnen
- KNMT – rebasing en relining
- KNMT – uitleg over randopbouw
- Rijksoverheid – wettelijke eigen bijdragen 2026
Deze algemene patiënteninformatie is gecontroleerd op 4 augustus 2026 en vervangt geen persoonlijk onderzoek of behandeladvies.